Helft jongvolwassenen vindt demonstraties nodig voor maatschappelijke verandering

In het kader van het 75-jarig bestaan van de Universele Verklaringen van de Rechten van de Mens voeren BNNVARA en Amnesty een campagne over het demonstratierecht als mensenrecht. In het kader hiervan voerde I&O Research een kort onderzoek uit over de kennis over en houding ten opzichte van het demonstratierecht van Nederlandse jongvolwassenen tussen de 18 en 35 jaar oud.
07 december 2023 | Asher van der Schelde

Op 10 december zendt BNNVARA, in samenwerking met Amnesty International, een eenmalige special uit ter ere van het 75-jarig bestaan van de Universele Verklaringen van de Rechten van de Mens. Hieromtrent voeren BNNVARA en Amnesty een campagne waarop wordt gefocust op het demonstratierecht als mensenrecht.

In het kader hiervan was BNNVARA benieuwd naar hoe het is gesteld met de kennis over het demonstratierecht onder jongvolwassenen (tussen de 18 en 34 jaar) en wat zij überhaupt vinden van demonstreren. Om hierachter te komen voerde I&O Research in opdracht van BNNVARA een kort opinieonderzoek uit onder deze doelgroep.

Kennis redelijk op orde

We legden twaalf beweringen voor over demonstraties, waarvan zeven juist waren en vijf niet. Over het algemeen weten Nederlandse jongvolwassenen redelijk goed hoe het demonstratierecht werkt. Zo weet men dat het verboden is om aan te zetten tot geweld of op te roepen tot haat tegen mensen vanwege hun ras, godsdienst of levensovertuiging. Ook zijn de meesten ervan op de hoogte dat burgemeesters demonstraties mogen verbieden als niet kan worden gegarandeerd dat de demonstratie veilig plaatsvindt. Hierbij moet wel worden vermeld dat dit alleen kan om grootschalige wanordelijkheden te voorkomen. Daarnaast weet men dat de overheid ervoor moet zorgen dat een demonstratie veilig verloopt, dat het niet is verboden om mensen te kwetsen en dat er een grens aan de vrijheid van meningsuiting is.

Driekwart denkt dat “Demonstranten ervoor moeten zorgen dat hun demonstratie veilig verloopt (en dus samenwerken met de politie)”. Dat klopt feitelijk gezien niet. Veiligheid is primair de verantwoordelijkheid van de overheid (in dit geval de politie en de gemeente). De organisatie van een demonstratie kan niet verantwoordelijk gehouden worden voor eventuele schade of strafbaar gedrag van deelnemers of derden.

Ook denken zeven op tien (71%) dat een vergunning nodig is voor een demonstratie terwijl dit geen wettelijke verplichting is. Het aanmelden van een demonstratie is wel verplicht, maar een demonstratie kan niet worden verboden of beperkt als dit niet is gebeurd.

Beledigende spandoeken en spreekkoren onacceptabel geacht

Jongvolwassenen stellen voorwaarden bij het verloop van demonstraties. Zo wordt geweld bij demonstraties bijna unaniem (92% vindt het onacceptabel) afgekeurd. Ook beledigende spandoeken of spreekkoren vinden zes op tien niet acceptabel.

Het vooraf verbieden van demonstraties is volgens zes op tien (62%) acceptabel als er angst is voor geweld tussen voor- en tegenstanders. Zeventien procent vindt dit niet acceptabel.

Demonstraties essentieel, steun voor verbod als gevaar voor openbare orde dreigt

Jonge Nederlanders vinden demonstratievrijheid essentieel in een democratie (79% eens) en van mening zijn dat iedereen vrij moet zijn om in het openbaar voor of iets tegen iets te demonstreren (73% eens). Zodra gevaar voor de openbare orde dreigt vindt driekwart (73%) het ook goed als een burgemeester de demonstratie verbiedt.

Jongvolwassenen zijn verdeeld over de vraag of demonstraties nodig zijn om maatschappelijke veranderingen tot stand te brengen. De helft (47%) vindt van wel, terwijl 19 procent het hiermee oneens is.

Minderheid demonstreert zelf wel eens

Er zijn ongeveer 3,7 miljoen Nederlanders van tussen de 18 en 34 jaar oud. Twaalf procent van hen, circa 450.000 jongvolwassenen, heeft wel eens gedemonstreerd.

Twaalf procent van de jongvolwassenen die wel eens demonstreert doet dit tenminste jaarlijks. In totaal is dat dus iets meer dan een procent van alle jongvolwassen Nederlanders.

De doelen waarvoor ze demonstreren lopen uiteen. Vooral klimaat en racisme/discriminatie worden genoemd. Ongeveer 3 à 4 procent van de jongvolwassenen heeft wel eens meegedaan aan een demonstratie met een van deze thema’s.

Jongvolwassenen die nooit hebben gedemonstreerd geven daarvoor uiteenlopende redenen. Het meest genoemde argument is dat men hier simpelweg geen behoefte aan heeft. Ook wordt vaak gezegd dat demonstreren geen zin zou hebben. Een klein deel vreest dat een demonstratie uit de hand loopt. Anderen noemen logistieke redenen- demonstraties zijn te ver weg of kosten te veel tijd.

Onderzoeksverantwoording

Dit onderzoek vond plaats van vrijdag 1 december tot en met dinsdagochtend 5 december. In totaal namen 1.010 Nederlanders van tussen de 18 en 35 jaar oud deel aan het onderzoek.

De onderzoeksresultaten zijn gewogen op geslacht, leeftijd, regio, opleidingsniveau en stemgedrag bij de Tweede Kamerverkiezingen in november 2023. De weging is uitgevoerd conform de richtlijnen van de Gouden Standaard (CBS).

Hiermee is de steekproef representatief voor de onderzochte groep voor wat betreft deze achtergrondkenmerken. Bij onderzoek is er sprake van een betrouwbaarheidsinterval en onnauwkeurigheidsmarges. In dit onderzoek gaan we uit van een betrouwbaarheid van 95 procent. Bij een steekproef van n=1.000 en een uitkomst van 50 procent is er sprake van een foutmarge van plus of min 3 procent.

We vertellen u graag nog veel meer over Ipsos I&O.


Neem contact op

afbeelding

Asher van der Schelde

Onderzoeker

Willen weten...
Herkent u zich daarin? Schrijf u in voor onze nieuwsbrief

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.